Verhalen

Verhalen,

In het voorjaar van 2008 werd ik door mijn gids Jo gevraagd om in Harlingen de geest van een oude vrouw op te halen. Het was koud, het motregende en er was een harde wind.En inderdaad, toen ik met mijn geest, het huis binnenging, trof ik een dwalende entiteit. Ik heb deze entiteit gevraagd mee te gaan naar mijn huis. Het was een oude vrouw, helemaal kromgebogen, lopend met een stok, op haar hoofd een ouderwets wit linnen mutsje met loshangende koordjes voor onder haar kin. Een zwart met donkerblauwe rok tot op de grond. Zo lopend door Harlingen vertelde ik haar: je bestaat nu uit geest, het is nergens voor nodig om zo krom en gammel te lopen. Meteen ging ze al wat rechter op lopen. Bij mij thuis gekomen ging ze uitgebreid praten met mijn gids Liza over haar leven. (Vrouwen onder elkaar, zal ik maar zeggen). Toen ze jong was had ze verkering met een zeeman, ze raakte in verwachting. De zeeman ging weer naar zee en ze heeft hem nooit terug gezien. Ze kreeg een zoon en deze werd visserman. Toen haar zoon 18 jaar was, is hij tijdens een storm verdronken. In Harlingen woonde een rijke weduwnaar met twee dochters. Deze weduwnaar heeft haar gevraagd met haar te trouwen, maar ze woonde liever in het armenhuis dan trouwen met deze man. Al vrij snel kwam ook de geest van haar zoon bij zijn moeder en mijn gids Liza zitten en er was al snel een uur voorbij. Ik moet zeggen dat ze op het eind van haar bezoek bij mij, er leuk uitzag; een mooi figuur en lang golvend donker haar. Haar zoon heeft haar meegenomen naar Zomerland

In het najaar van 2008 word ik door mijn gidsen geroepen naar het voormalig weeshuis in Harlingen. De omgeving van dit gebouw was afgezet met hekken in verband met verbouwing en renovatie. Bij het weeshuis aangekomen liet ik mijn geest dwalen door heden en verleden. In het begin van de 20 ste eeuw was er een baby in een put gevallen. Een meisje dat in het weeshuis verbleef was ongewenst zwanger geraakt en al een dag na de bevalling werd ze naar de put gestuurd om water te putten. De baby had ze in een omslagdoek voor haar borst geknoopt. Bij het vooroverbuigen bij het putten, is de baby uit de doek gegleden, met haar hoofdje op de rand van de putemmer gevallen waarbij ze haar nek brak. Vervolgens is de baby verdronken. Bij het weeshuis zag Ik inderdaad een put, maar (en daar was ik niet zo blij mee) zag ik ook een zeer sterke negatieve entiteit. Na overleg met mijn gids Jo, trok ik de aandacht van deze negatieve entiteit. Gids Jo haalde vliegensvlug de baby uit de put. Na deze samenwerking kreeg ik van Jo een baby van een dag oud in mijn armen gedrukt. Mijn gids Liza stond bijna te huppelen en te springen, zo graag wilde ze de baby vasthouden. Liza pakte heel liefdevol het meisje van mij aan en drukte het zacht tegen zich aan. We liepen als een gezinnetje door Harlingen. (Voor de duidelijkheid: ik liep daar met mijn gidsen en de geest van de baby). Omdat dit kind in zonde was geboren, is ze zonder te zijn gedoopt, begraven in een naamloos graf op een achteraf plek op het kerkhof. Mijn gids Jo vond dit niet kunnen. Ik zei tegen hem: jij bent priester, je kunt haar dopen! In onze geest stonden we even later in een ronde Grieks aandoende tempel, het dak gestut door marmeren zuilen, op een kleine verhoging. We waren omringd door een serene stilte. Liza had de baby in haar armen en Jo was in zijn priestergewaad, Jalal met zijn handen  zegenend  opgeheven .Ik hield een met lotusbladeren versierde gouden schaal in mijn handen, gevuld met het bloed van Jezus Christus. Priester Jo doopte zijn vingers in de schaal en raakte het voorhoofd van het meisje aan. Na dit driemaal te hebben gedaan, onder het uitspreken van een Latijns gebed zei hij: in naam van de allerhoogste doop ik u, Christine is uw naam. (Wel dat was even slikken, voor de duidelijkheid: ik loop nog steeds in Harlingen over de Voorstraat). We lopen naar mijn huis, mijn gidsen, Liza met de baby en ik. Bij ons thuis gaan we in de kamer zitten. Liza is zo trots en blij met Christine. Mijn gids Jo, ging als een kersverse vader, zorgzaam naast haar zitten. Mijn vrouw heeft een hobby, kaarten maken. Ze maakt ook geboortekaartjes. Toeval bestaat niet, of toch wel. Juist deze middag heeft ze een geboortekaartje gemaakt voor een meisje. Ik vertel haar het verhaal van de baby in de put. Mijn vrouw vraagt mij hoe de baby heet. Toen ik haar vertelde dat de naam van de baby Christine is, heeft ze dit met gouden letters op het kaartje geschreven en vervolgens pontificaal op de schoorsteenmantel gezet.  Deze gebeurtenissen gingen als een lopend vuurtje (of: met de snelheid van telepathie) door de bovenwereld. Het is nog nooit zo druk bij ons thuis geweest. Ik denk dat er toch zeker vijftig entiteiten op bezoek zijn geweest, dus: op bezoek bij mijn gidsen Jo , Elizabertha en Jalal. Deze entiteiten wilden allemaal Christine zien en het geboortekaartje op de schoorsteenmantel deed het ook goed, ze vonden het prachtig! Pas na een uur of acht werd het rustiger en Christine werd gehaald om herenigd te worden met haar totale geest.

Ik heb deze verhalen opgeschreven om te laten zien wat het met je doet en waarvoor je het doet.  Van dergelijke belevenissen, daar wordt je erg blij en dankbaar van!